Minder werkstress? Ken je eigen werkstijl
Misschien herken je het wel. Je moet een plan uitwerken, een opdracht maken of iets creëren. Misschien wel samen met een collega. En daar zie je eigenlijk een beetje tegenop.
Het voelt stroef. Niet prettig. Je dreigt alles uit te stellen en denkt: ik kan er gewoon niet aan beginnen.
Het kan voelen alsof je een enorme berg moet beklimmen.
Daar kunnen natuurlijk allerlei redenen voor zijn. Het is altijd goed om daar eerst even bij stil te staan. Maar het kan ook zijn dat je niet zo goed weet welke werkstijlen je zelf hebt.
En als je dat niet weet, weet je ook niet goed hoe je ervoor kunt zorgen dat je op een manier kunt starten die bij jou past.
Wat is een werkstijl?
Een werkstijl is eigenlijk gewoon de manier waarop jij het liefst werkt.
De manier waarop je het liefst communiceert, samenwerkt of een taak aanpakt. En je kunt verschillende werkstijlen hebben.
In de BasisBegrip Bibliotheek vind je een document met verschillende voorbeelden van werkstijlen. Je kunt daaruit kiezen wat bij jou past, in plaats van dat je het allemaal zelf uit je hoofd moet bedenken.
Bijvoorbeeld:
- Ben je meer een leider of een volger?
- Ben je introvert of extravert?
- Ben je meer van het starten of van het afmaken?
- Ben je meer van hoog over of juist van de puntjes op de i?
Dat zijn allemaal voorbeelden van werkstijlen.
En de combinatie van jouw verschillende werkstijlen zegt veel over jezelf. Die kennis is vooral handig op momenten waarop je ergens aan moet beginnen.
Hoe start jij het liefst?
Er zijn twee werkstijlen die vooral bij het starten van iets belangrijk zijn.
Werk je liever alleen of samen?
En:
Begin je het liefst vanaf een compleet blanco vel, of werk je liever vanaf een basis?
Alleen of samen, blanco of vanaf een basis. Dat zijn twee eenvoudige vragen, maar ze kunnen al veel duidelijk maken.
Iedereen kan daarin weer een andere combinatie hebben.
1. Alleen starten en vanaf een blanco vel
Stel dat je graag alleen werkt en het liefst vanaf een blanco vel begint.
Dan kun je je voorstellen dat je jezelf eerst even helemaal afzondert. Geen voorbeelden, geen informatie, niets wat er al ligt. Je begint gewoon zelf te creëren, bijvoorbeeld in je hoofd.
Dat kan heel licht en open voelen.
En je voelt waarschijnlijk ook vrij snel of dat bij je past.
2. Alleen starten, maar vanaf een basis
Er zijn natuurlijk ook mensen die graag alleen starten, maar wel vanaf een basis.
Dan vind je het bijvoorbeeld prettig om je even af te zonderen en helemaal gefocust te werken, maar je begint wel met informatie.
Je zoekt eerst iets op. Je werkt vanaf een bestaand plan. Of als je iets nieuws moet creëren, kijk je eerst naar wat er al ligt: wat werkt daarin wel en wat niet?
En vanaf daar ga je verder.
3. Samen starten en vanaf een blanco vel
Dan zijn er mensen die juist vanaf het begin graag samen werken.
Je voelt de energie van de ander, krijgt daar zelf energie of inspiratie van en vindt het prettig om samen iets te bedenken.
In combinatie met een blanco start betekent dat: samen vanaf helemaal niets beginnen. Geen voorbeelden, geen informatie, niets wat er al ligt. Gewoon samen helemaal leeg creëren.
Dan is het natuurlijk wel prettig als je een collega of iemand in je buurt hebt die daar ook van houdt.
4. Samen starten, maar vanaf een basis
En dan is er nog de combinatie van samenwerken én vanaf een basis starten.
Je gaat bijvoorbeeld allebei informatie opzoeken. Misschien verdeel je de taken: de één zoekt informatie over het ene onderwerp, de ander over iets anders.
Je pakt een voorbeeld erbij. Of je neemt letterlijk een tekst uit een opdracht en gaat van daaruit samen verder.
Ook dat kan een heel prettige manier van werken zijn.
Wat gebeurt er als jouw werkstijl niet past bij wat er van je wordt verwacht?
Het is belangrijk om te weten welke van deze combinaties bij jou past.
Want als je bijvoorbeeld iemand bent die het liefst alleen start vanaf een basis, maar er wordt op je werk steeds van je verwacht dat je samen vanaf een blanco vel begint, kan dat behoorlijk stroef voelen.
Het kan knellen.
Je denkt misschien: ik heb er eigenlijk geen zin in.
Dat klinkt een beetje kinderachtig. Je hoeft natuurlijk niet overal zin in te hebben. Soms moet je gewoon dingen doen.
Maar als de manier waarop je steeds moet beginnen niet aansluit bij hoe jij van nature het prettigst werkt, kan dat wel degelijk energie kosten.
Er stroomt als het ware steeds een beetje energie weg.
En je krijgt er minder goed grip op om überhaupt te beginnen.
Wat gebeurt er dan?
Je start niet.
Je stelt het uit.
En vervolgens ga je er nóg meer over nadenken hoe weinig zin je eigenlijk hebt. De berg wordt steeds hoger.
De taak blijft liggen en ondertussen wordt je to-do-lijst steeds voller.
En uiteindelijk kan dat weer zorgen voor te veel stress.
Dat is natuurlijk jammer.
Zelfkennis helpt, maar delen is minstens zo belangrijk
Het is dus belangrijk om je eigen werkstijl te kennen.
Maar de stap daarna is minstens zo belangrijk: deel die kennis met anderen.
Als je in een team werkt, met iemand samenwerkt of bijvoorbeeld met je manager, is het waardevol om te vertellen hoe jij het liefst werkt.
En het is natuurlijk ook handig als anderen dat met jou delen.
Want dan kun je samen puzzeltjes maken.
Wat klikt er in elkaar bij deze opdracht?
Wie past goed bij welk onderdeel?
Wie heeft welke manier van starten nodig?
Als er iets gemaakt moet worden of een plan uitgewerkt moet worden, kun je kijken: wie zit hoe in elkaar en welke combinaties kunnen we maken?
Zo kun je ervoor zorgen dat het starten zo gemakkelijk mogelijk gaat. En dat helpt vervolgens ook bij het verdere verloop van de opdracht.
Maak een puzzel van jezelf
Weten hoe jij werkt, is eigenlijk een stukje zelfkennis.
Ben je iemand die graag alleen begint of juist samen?
Heb je ruimte nodig om helemaal blanco te beginnen, of heb je juist iets nodig om vanaf te werken?
En wat betekent dat voor jou in je werk?
Als je dat van jezelf weet én het met anderen deelt, kun je veel betere verwachtingen naar elkaar hebben.
Je weet dan:
Zo start jij het liefst.
Zo start ik het liefst.
En zo kunnen we het mooi in elkaar laten vallen.
Dat kan verrassend veel duidelijkheid geven.
In de BasisBegrip Bibliotheek vind je een overzicht met voorbeelden van werkstijlen en keuzes daartussen. Je kunt daarmee als het ware een puzzel voor jezelf maken.
Kijk eens welke werkstijlen bij jou passen.
En vraag je daarna af: wat kan ik hiermee? En wat zou ik hierover kunnen delen met de mensen met wie ik werk?
Misschien is het ook wel een leuke oefening voor een teamsessie: iedereen maakt zijn eigen puzzel en deelt die vervolgens met elkaar.
Want hoe beter je begrijpt hoe jijzelf én anderen graag werken, hoe makkelijker je rekening met elkaar kunt houden.
En soms kan iets wat eerst voelde als “ik krijg dit gewoon niet voor elkaar” ineens veel logischer worden.
Dan begrijp je beter waarom iets stroef voelt — en wat je nodig hebt om weer verder te kunnen.
Je kan deze blog ook beluisteren als podcast via je favoriete podcast-app, zoals Spotify. Of bekijk het als video op Youtube.


